
Categories
- Ann knoopt een gesprek aan (4)
- Blogs (2)
Recent Posts
Twintig jaar geleden won de Lanakense judoka Ann Simons brons op de Olympische Spelen in Sydney. Vandaag begeleidt ze jonge ondernemers en binnenkort brengt ze een eerste boek uit. “Je moet de architect van je eigen leven zijn. Ik ben dat niet altijd geweest.”
Koffiebranderij, staat in grote letters op de muur, maar eigenlijk heeft het historische pand een van de jeneverstokerijen van Hasselt gehuisvest.
“Tijdens de oorlog was het verboden om jenever te stoken. Toen hebben ze er een koffiestokerij van gemaakt”, legt Ann Simons (39) enthousiast uit.
Het gebouw dateert uit 1904, maar het is gemoderniseerd met oog voor kunst en respect voor de geschiedenis. “Wim en ik proberen de toekomst en het verleden elkaar hier te laten ontmoeten.”
“Anorexia is een ziekte voor het leven. Als ik stress heb, moet ik opletten dat ik blijf eten”
Ann Simons – Ex-judoka
In de stokershal, achteraan in de tuin, heeft Simons plannen voor een filmstudio, want een van de jonge bedrijfjes die ze begeleidt, is het productiehuis Potvos. “Ik help jonge ondernemers bij het opstarten van een business”, zo vat ze haar job samen. “Ik ben heel graag met jonge ondernemers bezig. Je kan ze een beetje vergelijken met jonge sporters. Momenteel begeleid ik drie start-ups: naast Potvos zijn er Fueled, een marketingbedrijfje, en Headr, een project van studenten die tijdens hun studies al een IT-bedrijf zijn begonnen. Ik vind het plezant om die jongelui hun volgende stappen te zien zetten. Om ze te ondersteunen om hun dromen waar te maken.”
“De centjes komen van de Cronos Groep, de paraplu boven mijn bedrijf Wingmen. Het is heel raar: zo’n 7.000 mensen werken nu voor Cronos en toch is er bijna niemand die ons kent. Wij zijn 29 jaar geleden opgericht als een eenmansbedrijf van Jef de Wit. Dat we zo mysterieus zijn, komt ook doordat Jef altijd onder de radar wil blijven. Dat is een bewuste keuze. Jef is voor elke medewerker heel toegankelijk, maar google hem maar eens: foto’s zal je niet vinden.”
“Cronos heeft als missie om jonge ondernemers kansen te geven. Op de lange termijn en op hun eigen tempo. Het is een couveuse: je mag groeien in een veilige omgeving, want Cronos neemt de financiële risico’s op zich. Je mag fouten maken, want we hebben zo’n 200 bedrijven en de sterkeren vangen de tegenslagen van de zwakkeren op. In ruil heeft Cronos aandelen in al die bedrijven. Mijn vriend Wim (broer van Stijn Bijnens, CEO van concurrent Cegeka, nvdr) werkt ook voor Cronos. Maar waar ik vooral met de mens werk, doet hij het zakelijke: wat is het businessplan, waar gaan we winst maken?”
Ann Simons leert ondernemers hoe ze de architect van hun eigen leven kunnen zijn. Onder de paraplu van het mysterieuze Cronos, dat 7.000 mensen tewerkstelt maar toch onbekend is.
“De meeste van onze bedrijfjes zijn actief in de IT-sector. Ik ben geen IT’er. Ik probeer de mensen in zichzelf te laten geloven. Mental coaching. Ik wil jonge gasten de kansen geven die ik zelf ook heb gehad in de sport, van Jean-Marie Dedecker, van het BOIC, enzovoort. ”
“Ofwel ga ik naar het kantoor van Wingmen op de Corda Campus. Ofwel coach ik mensen, mentaal en emotioneel, één-op-één of in workshops. Dat is meestal hier aan huis. Ik richt me daarbij op bedrijfsleiders en jonge high potentials. Het belangrijkste is dat ze vanuit een passie vertrekken en dat ze de volgende stap willen zetten. Ze moeten een betere versie van zichzelf willen worden. Het is werken, het komt niet zomaar, je moet de toekomst zelf creëren. Dat is altijd het uitgangspunt. Wie ben jezelf? Wat zijn je waarden? Is dit het juiste pad, of is dit het pad van je omgeving? We gaan samen bekijken hoe je de architect van je eigen leven kan zijn.”
“Op vijf seconden van het einde hoorde ik Dedecker roepen: doe het! Ik heb het gedaan, intuïtief, alles of niets, en ik had de medaille”
Ann Simons – Winnaar van de bronzen medaille
“Helemaal niet. Ik werk niet graag met strevers, want die doen het meestal voor de buitenwereld. Ik probeer door iedereen zijn ego te geraken. Ik ben geen psychologe van opleiding, ik heb economie gedaan. Maar ik heb zelf anorexia gehad en ik weet hoe het is om op een bepaald moment niet je eigen pad te volgen.”
“Net niet. Ik kan de toekomst niet controleren. Als je controle wil, krijg je angst. Bij Cronos zeggen ze: laat die controle los en bouw. Maak een plan, en wijk van dat plan af. Jef zegt altijd tegen mij: het zal nooit plan A worden, het zal eerder Z zijn. Dat is een fijne levensfilosofie. Werken, bouwen, omgaan met verlies, erop vertrouwen dat het goed komt en dat er mensen zijn die je opvangen als het niet goed komt. In het judo wou ik alles controleren. Anorexia is willen controleren.”
“Ik ben geworden wie ik ben met judo. Ik heb er heel veel geleerd over mezelf. Achteraf dan, want op het moment zelf ben je alleen maar bezig met winnen. Het judo heeft me veel inzicht gegeven in het menselijke gedrag. Als ik me niet op het judo had gestort, was ik waarschijnlijk voor dokter gaan studeren, want dat was vroeger mijn droom. Ik wou andere mensen helpen en dat doe ik nu ook.”
“Misschien wel. Maar pas op: ik ben geen Moeder Theresa. Ik wil zelf ook altijd beter worden van wat ik doe. Ik vind het fijn als ik veel workshops kan verkopen. Ik wil business-succes hebben. Ik was een egoïstische topsporter omdat ik dat moest zijn. Ik was een strever. Zowel op school als in topsport wou ik echt wel de beste zijn en winnen.”
“Niet zo zeer ten koste van anderen. Meer ten koste van mezelf en mijn lijf. Judo heeft mijn lichaam kapot gemaakt. Maar ik vind het nog altijd het mooiste spelletje dat er is. En ik mag ook niet klagen, want alles is goed genezen. Ik heb zelfs nog een marathon gelopen.”
“De Belgische top deed natuurlijk niet mee. Maar ik was helemaal niet goed voorbereid, had vooraf meer gefietst dan gelopen. Maar eens aan de start dacht ik: fuck, ik ga gewoon alles geven. Toen ik onderweg hoorde dat ik eerste vrouw was, wou ik dat niet meer afgeven. Wim en ik hadden eigenlijk getraind voor de marathon van Antwerpen. We lopen vier keer in de week, tussen de 40 en 50 kilometer per week. Dat is niet extreem voor een marathon. Mijn streefdoel was 3u30’, uiteindelijk werd het 3u17’. Het is allemaal niet zo belangrijk, zeg ik dan wel, maar eens ik bezig ben, ga ik tot het uiterste. Even was ik in de val getrapt om verder te gaan in dat lopen. Dan moet ik oppassen, want het kan een trigger zijn voor anorexia. Ik ben bijna 40 jaar. Ik wil er plezier in houden. Ik wil sportief en gezond zijn. Lopen is een middel, geen doel meer. Soms moet ik me tegenhouden.”
“Het moeilijkste aan topsport is stoppen. De adrenaline valt weg. Je krijgt het gevoel dat je alleen op de wereld staat, dat niemand je begrijpt”
Ann Simons – Ex-judoka
“Inge Clement vocht in mijn gewichtsklasse en ik moest altijd vechten om onder de 48 kilo te geraken. Ik meet 1m61 en de meeste tegenstanders waren 10 tot 15 centimeter kleiner. Anorexia is een ziekte voor het leven. Ik eet nu gewoon, ik heb geen symptomen meer. Maar als ik in een stressperiode zit, moet ik erop toezien dat ik blijf eten. Ik heb het mechanisme nu door, maar dan moet je nog de kracht hebben om dat mechanisme om te draaien. Daarvoor heb je de steun van je omgeving nodig. Alleen dan laat je je niet vangen door dat beest. Ik sta nu één keer per dag op de weegschaal, en sommige dagen vergeet ik het. Als dat gebeurt, weet ik dat het goed zit.”
“Ze hadden mij gevraagd als ambassadeur en bij Lieven Van Gils heb ik getuigd hoe een coach in het judo mensen over mijn grens ging. Bij mij als 23-jarige, maar ik had het ook gezien bij meisjes van 14. Het zat structureel ingebakken in de opleiding. Mentaal en verbaal hé, lichamelijk heb ik het nooit geweten. Van Gils heeft toen gevraagd of die persoon nog in het judo werkte, en ik heb ja geantwoord. Daarop is het op gang gekomen en even later volgde die affaire rond Bart De Pauw. Plots zat ik er midden in, maar ik was nooit van plan om het Vlaamse gezicht van de #MeToo-beweging te worden. Ik heb heel bewust één enkel interview gegeven aan De Standaard, en daarna niets meer. Ik wil aan een positief verhaal werken, en #MeToo is heel negatief en heel zwaar. Ik heb mijn deel gedaan.”
“Ik probeer dat te zijn, maar ben het zeker niet altijd geweest. In mijn judotijd zeker niet, en ook nu worstel ik daar nog mee. Het moeilijkste aan topsport is ermee stoppen. Tijdens je carrière ben je alleen maar in beslag genomen door je sport. Je staat op en je gaat trainen. Dat is een heel gemakkelijk leven. Als je stopt, valt de adrenaline weg. Dat is echt moeilijk om te verwerken. Je tijd en je focus valt weg. Je krijgt het gevoel dat je alleen op de wereld staat, dat niemand je begrijpt. Ik heb het geluk gehad dat ik veel fijne mensen met goede intenties ben tegengekomen: eerst de VUB, dan Patrick Janssens en vervolgens Jef de Wit. Ik zou graag iets beginnen om sporters dat ook aan te bieden. Als Jean-Marie Dedecker er niet geweest was, hadden we nooit die piek in het judo gehad. Je hebt trekkers nodig die je gids zijn, die de omstandigheden creëren. Ik wil dat ook doen, maar dan op een zachtere manier dan Jean-Marie. Bij mij was stoppen geen keuze. Ik was 26 en dokter Bellemans zei me dat mijn knie kapot was. Maar in mijn hoofd was ik eigenlijk al twee jaar gestopt. Het was op. En ik wou ook andere dingen meemaken dan judo. Ik ben bewust gaan studeren.”
“Ik gaf les aan de VUB, zag die vacature voor adviseur sport en heb gesolliciteerd. Ik ben helemaal geen socialist, maar Patrick heeft mij uit 110 mensen gekozen. Ik heb daar enorm veel geleerd. Maar na vijf jaar werd hij niet herkozen en dan stopt het ook voor het kabinet.”
“Dat je geduld moet hebben, omdat het niet allemaal is zoals jij naar de wereld kijkt. Anderen kijken soms anders naar de wereld. Ik heb de overstap leren maken van topsporter naar gewone mens. Ik heb gezien hoe de dynamiek rond mensen werkt: wanneer moet je temporiseren, wanneer doordrukken. Ik ben in die periode ook mama geworden, wat een heel ingrijpende verandering was. En ik ben toen gescheiden, wat pijnlijk was. Maar wij hadden een hele fijne ploeg die de stad Antwerpen mooier wou maken en niet bezig was met de verkiezingen. Misschien was dat onze fout.”
“Ze hebben me gevraagd om op een lijst te staan, maar dat heb ik altijd geweigerd. Ik sta heel graag op een podium, maar ik vind het ook heel fijn om op de achtergrond dingen te bedenken en mijn ideeën te delen. Politiek is een harde wereld en ik heb geen zin om op recepties handjes te staan schudden. Ik wil met inhoud bezig zijn. Ik wil niet geleefd worden. Ik heb de vrijheid nodig om mijn leven te leven. Een leven met hard werken, maar wel om mijn verhaal te bouwen zoals ik het wil. Op dit moment wil ik dat niet doen via de politiek.”
“Eerst is er mijn eerste boek, dat De zachte weg (de vertaling van het Japanse woord judo, nvdr.) heet. Tijdens de lockdown heb ik het afgewerkt. Normaal had het in juni moeten verschijnen, in de aanloop naar Tokio. Nu wordt het 16 september, dag op dag twintig jaar na mijn bronzen kamp in Sydney. In het schrijven wil ik verder groeien. Het is afzien, maar wel fijn. Ik wil mensen inspireren. Een autoriteit worden op het vlak van mensen de volgende stap te laten zetten. Als ik dan toch mag dromen: dat mensen mij bellen omdat ze vastzitten en ondersteuning zoeken. En verder wil ik mijn Wingmen groter maken: mijn bedrijfjes laten groeien en meer bedrijfjes vinden. En verder: dat de kinderen het goed doen.”
“Het is een van de mooiste dingen die ik gedaan heb. Ik was die dag heel goed in vorm, zonder muizenissen in mijn hoofd. De kwartfinale heb ik verloren op beslissing: 2-1 voor de Duitse Gradante, een vriendin waarmee ik in Keulen trainde. Toen heb ik me heel even laten gaan. Eerst wou ik zelfs niet meer meedoen aan de herkansingen. De Braziliaanse Martins vormde geen probleem, en dan kwam de Cubaanse Amarilis Savon, de vice-wereldkampioene waar ik in de aanloop naar Sydney vijf keer zwaar van verloren had. Maar ik had in Lommel héél hard getraind op haar. Ik kende elke stap die ze zette. Zij had dat niet met mij gedaan. Ik heb dik gewonnen en dat is de wedstrijd waaraan ik altijd terugdenk als het moeilijk gaat. Sindsdien weet ik: als je gelooft in jezelf en als je een goede voorbereiding hebt, heb je veel kans op slagen.”
“Mijn zoon is mijn spiegel op het leven. Ik moest altijd winnen, voor hem is het goed als het plezant is. Hij leert mij heel veel”
Ann Simons – Mama van Ruben
“Tegen de Noord-Koreaanse Cha die we totaal niet kenden. Ik stond in verloren positie en op vijf seconden van het einde hoorde ik Jean-Marie Dedecker roepen: dóe het! Ik heb het gewoon gedaan, intuïtief, alles of niets. Dat vertel ik nu aan onze ondernemers: je kan lang nadenken, maar op een bepaald moment moet je het gewoon dóen.”
“Ik stel me die vraag niet. Ik probeer in het nu te leven. Als het mislukt was, dan was ik geen slechtere judoka geweest. Maar zonder olympische medaille had jij hier nu niet gezeten om mij te interviewen. Die medaille is een stukje van mijn identiteit. Ik heb daarover veel gepraat met Bob Maesen, waarmee ik in die tijd vijf jaar ben samen geweest. Hij is vice-wereldkampioen geweest in het kajakken, maar op de Spelen is het niet gelukt. Dat is ongelooflijk hard. Van die Koreaanse heb ik daarna nooit nog iets gehoord. In de halve finale had zij nochtans bijna gewonnen tegen Ryoka Tamura. Dat is de Messi van Japan, een superheld met haar eigen stripverhaal. Die Cha vlóóg door de voorrondes en won bijna van de topfavoriete. Maar door die vijf seconden tegen mij bleef ze met lege handen achter. Dat is de mystiek en de legende van de Spelen. Tijdens de lockdown heeft Ruben op school toevallig geleerd over de Spelen. Voor die kinderen is dat een sprookje.”
“Als hij dat wil. Ruben is mijn spiegel. Ik moest altijd winnen, maar voor hem is het goed als het maar plezant is. Als we op de tennisclub zijn, is verstoppertje-spelen voor hem even leuk als zijn match. Zijn vriendjes zijn voor hem belangrijker dan winnen. Hij leert mij heel veel op dat vlak: we leven nu, laten we het plezant maken. Ik hoop dat hij zo blijft en ik wil dat hij kan omgaan met de tegenslagen van het leven. Ik wil een ouder zijn die hem laat zien wat de tegenslagen kunnen zijn.”
“Goed. Ik heb een fijn, nieuw samengesteld gezin. We wonen in België in een mooie leefomgeving. Ik heb een fijne job, een fijne familie. Ik heb heel moeilijke dagen, zoals iedereen, maar eigenlijk heb ik het altijd goed gehad. Ik ben nog nooit ernstig ziek geweest. Mijn knieën waren een uitdaging: na een toen vrij nieuwe kraakbeentransplantatie heb ik drie maanden in Pellenberg gelegen om weer te leren stappen. Er was die anorexia en mijn scheiding was ook een zware tegenslag. Maar het was een juiste keuze, en gisteren hebben mijn ex en ik nog samen een koffie gedronken. Ik heb uit al die tegenslagen iets geleerd.”
Het Belang van Limburg, 10 juli 2020. Foto: Dick Demey
Merk van Wingmen NV – BE0691.905.750
Voorwaarden | Cookie instellingen | Webdesign door Headr.
Deze website gebruikt cookies om je de beste gebruikerservaring aan te bieden. Cookie-informatie wordt in je browser opgeslaan en verzorgt functionaliteit zoals jou herkennen wanneer je nog eens op onze website komt, je bestelproces mogelijk te maken, en het geeft ons team beter inzicht in welke delen van de website het meest interessant en handig zijn.
Strikt noodzakelijke cookies blijven altijd ingeschakeld. Ze dienen om jouw cookie-voorkeuren te onthouden en spelen een belangrijke rol in de correcte werking van de e-commerce functionaliteiten op deze website.
If you disable this cookie, we will not be able to save your preferences. This means that every time you visit this website you will need to enable or disable cookies again.
Deze website gebruikt Google Analytics, LinkedIn Analytics en een Facebook Pixel om geanonimiseerde informatie te verzamelen, zoals het aantal bezoekers en de meest populaire pagina's.
Deze cookies ingeschakeld houden helpt ons bij het verbeteren van deze website.
Please enable Strictly Necessary Cookies first so that we can save your preferences!
Meer informatie over onze Cookie Policy en Privacy Policy.